Nieuws 13 mei 2026

Regering moedigt werkgevers aan om vergoeding voor woon-werkverkeer te verhogen

Een van de centrale doelstellingen van deze regering is om werken opnieuw meer te doen lonen. Daarom wil ze vermijden dat werknemers die hun eigen voertuig gebruiken voor het woon-werkverkeer de rekening krijgen voor de stijgende brandstofkosten als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. De kost daarvoor volledig bij het bedrijfsleven leggen was evenmin een optie. Ook ondernemingen gaan immers gebukt onder het economisch zwaar weer. Daarom werd gekozen voor een vrijwillige en fiscaal neutrale verhoging.

Let op: de maatregel is nog niet definitief. Hij werd ingediend in de Kamer, maar de hoogdringendheid werd verworpen door de Raad van State. Daardoor zal het nog even duren voor de maatregel definitief wordt goedgekeurd.

Wat is er beslist?

Werkgevers die kiezen om hun tussenkomst in het woon-werkverkeer voor werknemers met een privévoertuig te verhogen zullen die kost in principe kunnen recupereren via een belastingkrediet. Ze zullen met andere woorden de kost voor de verhoging in mindering kunnen brengen van hun belastingen. Bedrijven die geen of onvoldoende winst maken, zullen het bedrag terugbetaald krijgen via hun belastingen. De logische keerzijde van het belastingkrediet is dat de verhoging niet aftrekbaar is als beroepskost.

Ook voor werkgevers die een woon-werkvergoeding invoeren wordt een compensatie voorzien, zij het slechts gedeeltelijk. 

De werknemer die de vergoeding ontvangt zal daarop niet worden belast. Het bedrag komt boven op de bestaande forfaitaire fiscale vrijstelling voor woon-werkvergoedingen van maximum 500 euro per jaar (inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027).

Het gaat om een tijdelijke maatregel, die enkel geldt voor de verhogingen van mei tot en met juli 2026. Voor de socialezekerheidsbijdragen verandert er niets: die vergoedingen zijn bij een forfaitaire kilometervergoeding vrij van RSZ-bijdragen tot een bepaald bedrag1. De RSZ zou ter bevestiging daarvan nog een (tussentijdse) instructie publiceren.

Het is belangrijk te benadrukken dat de verhoging of invoering van de kilometervergoeding geen automatisch recht voor de werknemers vormt, maar vrijwillig door de werkgever kan worden toegekend. Bovendien is het, om te voorkomen dat een delicaat precedent ontstaat, belangrijk dat de werkgever duidelijk maakt dat die bijkomende kilometervergoeding geen enkel recht doet ontstaan buiten de betrokken periode. Het gaat immers om een tijdelijke maatregel, die niet bedoeld is om op lange termijn te worden behouden en die op geen enkel ogenblik kan worden beschouwd als een verworven recht.

Dubbele begrenzing

De voordelige fiscale behandeling is wel dubbel begrensd. De verhoging mag maximaal 20% zijn van de vergoeding die in april 2026 werd toegekend, en hoe dan ook niet meer bedragen dan 10 cent per kilometer. Voor werkgevers die vandaag nog geen vergoeding toekennen wordt een aangepaste regeling voorzien.

Het gedeelte dat minstens een van die grenzen overschrijdt zal niet worden gecompenseerd via het belastingkrediet en ook niet fiscaal zijn vrijgesteld bij de werknemer.

Vooral de grens van 10 cent per kilometer is in de praktijk niet altijd eenvoudig toe te passen. Bovendien is het opmerkelijk dat die grens de werkelijke prijsstijging sinds begin dit jaar ruim lijkt te overstijgen. Die werkelijke stijging schommelt volgens onze berekening slechts rond de 3 cent.2

Voorbeeld

Een werkgever kent momenteel een vergoeding voor woon-werkverkeer met een eigen voertuig toe van 20 cent per kilometer en besluit die te verhogen met 5 cent per kilometer tot 25 cent per kilometer. Er kan dan een belastingkrediet worden verleend van 4 cent per kilometer (bedrag van de verhoging, beperkt tot 20 cent x 20%).3

Waar knelt het schoentje nog?

Het is goed dat de regering de kost van de verhoging niet bij de werkgevers legt, die minstens evenzeer gebukt gaan onder het economisch zwaar weer. Ondanks die voorziene compensatie zijn veel werkgevers nog terughoudend om verschillende, begrijpelijke redenen:

  • Berekening en gedeeltelijke compensatie – De toepassing van de dubbele begrenzing is vaak niet evident. In de praktijk is de vergoeding vaak gelijk aan een maandbedrag (pro rata), wat ertoe leidt dat de vergoeding per kilometerniet altijd identiek is. Dat kan ertoe leiden dat de compensatie maar gedeeltelijk is.4
  • Prefinancieren – Doordat de compensatie via de belastingaangifte verloopt, zullen ondernemingen de verhoging moeten financieren tot de ‘afrekening’ via hun belasting.
  • Bewijslast – De bewijslast voor het aantal gereden kilometers is voor ondernemingen moeilijk te leveren. Meestal zijn ze daarvoor afhankelijk van verklaringen op eer van hun werknemers. Hoe de fiscus dat zal beoordelen is een bron van onzekerheid.
  • Administratie – De nieuwe maatregel komt niet zonder bijkomende administratie. Zo moet er een schriftelijk document worden opgemaakt met onder andere de verhoging, het aantal kilometers, het belastingkrediet enzovoort. De regering legde daarbij wel enige soepelheid aan de dag. Bovendien betekent het een extra stap in de aangifte van de vennootschapsbelasting.
  • Tijdelijkheid – Het is vandaag nog niet helemaal duidelijk of ook de verhoging zelftijdelijk moet zijn om gebruik te maken van het belastingkrediet. Hoewel dat moeilijk voor te stellen is, geeft de verantwoording bij het amendement wel aanwijzingen in die richting.

Meer weten? U vindt de volledige tekst terug op de website van de Kamer via deze link.

  1. 1. 0,4449 EUR/km voor de bepaalde periode. ↩︎
  2. 2. Op 1 januari 2026 bedroeg de dieselprijs ongeveer € 1,70 per liter. Op de piek in april steeg hij met 80 cent tot ongeveer € 2,50. Rekening houdend met een verbruik van 7 liter per 100 kilometer komt dat neer op een stijging van € 5,60 per 100 kilometer, ofwel 5,6 cent per kilometer. Op 8 mei bedroeg de dieselprijs nog € 2,1 per liter: een toename met 2,8 cent ten opzichte van januari.
    Bron: https://www.brafco.be/nl/brandstofprijzen/evolutie-maximumprijzen-in-eul ↩︎
  3. 3. Bron: Verantwoording bij het amendement, De Kamer DOC56-1378/035. ↩︎
  4. 4. Neem als voorbeeld een paritair comité met een vaste vergoeding van € 2 voor iedereen met een traject van maximaal 10 km. Als die vergoeding wordt opgetrokken met 20% (naar € 2,40), bedraagt de verhoging per kilometer 40 cent per kilometer voor werknemers met een traject van 1 kilometer, en 4 cent voor zij met een traject van 10 km. In dat eerste geval is de grens van 10 cent per kilometer overschreden, en zal dus geen belastingkrediet worden toegekend voor de overige 30 cent. ↩︎

Deel deze pagina:
Over de auteurs
Robbe Reyns
Competentiecentrum Fiscaliteit & Investeringen
Marie-Lise Pottier
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid
This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.